KOERSOPDUURZAAM

ondernemen met hart voor het milieu

Drie grote jongens en het milieu

  

Duurzaam ondernemen staat volop in de belangstelling. De situatie is wezenlijk anders dan pakweg tien jaar geleden, toen werkgevers in een open brief aan het kabinet vroegen waarom Nederland zo nodig voorop moest lopen met het milieu. Iedere zichzelf respecterende grote onderneming heeft nu ‘corporate social responsability’ hoog in het vaandel staan. De milieuorganisaties staan niet meer met spandoeken voor de poort, maar zitten aan de koffie in de directiekamer. En als je de glossy duurzaamheidsverslagen mag geloven dan worden kosten noch moeite gespaard om steeds ‘groener’ te produceren. Maar klopt het beeld wat ons hierin wordt voorgespiegeld?

  

De Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) bezoekt al dertien jaar de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de veertig grootste Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen. Tijdens de aandeelhoudersvergadering stelt de VBDO namens haar vierduizend leden kritische vragen over het gevoerde duurzaamheidsbeleid van de onderneming en de transparantie daarvan. Op 30 september organiseert de VVM samen met de VBDO een debat over verankering van duurzaam ondernemen. Centraal staat de vraag of het bedrijfsleven het milieu nu inderdaad serieus neemt. Is er iets fundamenteel veranderd of is er sprake van ‘greenwashing’? Hier als voorproefje een impressie van de duurzaamheidsverslagen van drie grote bedrijven in de sectoren distributie, financiering en energie.

  

TNT: ‘Planet me’
Laten we beginnen met TNT. "Supersectorleader" in de Dow Jones Sustainability Index met een score van tweeennegentig van de maximaal honderd punten. Het beste jongetje van de klas dus, zou je zeggen. TNT ziet potentieel concurrentievoordeel in emissiereductie. Het biedt de klanten CO2-compensatie aan, vermindert het energiegebruik op kantoor, koopt groene stroom enzovoorts. Het heeft zelfs een programma, ‘Planet me’, om een nulemissiebedrijf te worden.
Jammer is dat TNT geen concrete milieudoelen stelt voor de komende jaren. Er wordt wel gerapporteerd over een hele reeks indicatoren, met zowel absolute cijfers over verbruik en uitstoot als over bijvoorbeeld brandstofefficiency van vrachtauto's. Dat laatste is bij TNT natuurlijk zeer relevant,  maar de hamvraag is wat er gedaan wordt om die efficiency te verbeteren. Temeer omdat de brandstofefficiency van grote trucks in 2007 met 9% is afgenomen.
Ander probleem is dat de toeleveranciers meer CO2 uitstoten dan TNT zelf. TNT is dat ook in beeld gaan brengen en is er open over dat het moeite heeft om dat gegeven te beïnvloeden. Toeleveranciers, die bijvoorbeeld pakketjes bezorgen, willen wel in duurzaamheid investeren, maar dan willen ze ook een lange-termijn relatie met TNT.

  

Fortis: criteria voor projectfinanciering
Ketenverantwoordelijkheid is voor Fortis helemaal belangrijk. Fortis hanteert de ’Equator Principles’ van de banken en de ‘UN Principles for Responsible investment’. Daarnaast ontwikkelt het eigen criteria per sector om financieringen te beoordelen, bijvoorbeeld voor de scheepvaart. Fortis is één van de grootste financiers ter wereld in deze steeds meer vervuilende sector. Het sponsort de Green Award, een kwaliteitskeurmerk voor schepen dat onder andere milieueisen bevat. Toch blijft bij al die goede wil de vraag hangen hoe hard de beoordelingen van projectfinancieringen zijn. Er zijn volgens het verslag geen projecten op basis van milieucriteria afgewezen, maar alle projecten behoeven "speciale maatregelen". Aangenomen moet worden dat Fortis de projecten in gunstige zin weet te beïnvloeden. Interessant punt is verder bij Fortis dat het de eigen CO2-emissies volledig compenseert door het kopen van CO2-credits van windmolenparken, zonne-energieprojecten of biomassacentrales. Dus geen dubieuze bosaanplant, maar alleen alternatieve energieprojecten die voldoen aan de ‘Gold Standard’. En ten slotte stelt Fortis wel wat kwantitatieve doelen en het geeft succes- en verbeterpunten aan. Het meldt bijvoorbeeld dat het doel van verdubbeling van de duurzame beleggingen niet is gehaald en neemt zich voor dat in 2008 wel te realiseren. Hoe staat er niet bij. Niettemin een welverdiende zevende plaats in de transparantiebenchmark van Economische Zaken.

  

Shell: fossiele brandstof met CCS
Direct daarachter, op de achtste plaats in de EZ-benchmark, staat Shell. Maar topman Van der Veer vindt juist dat het bedrijf geen milieudoelstellingen meer moet hanteren. Dit ondanks dat het onafhankelijke ‘reviewcommittee’ daar op aandringt. Van der Veer wil wel dat Shell wat betreft CO2-uitstoot bij de beste 25% van de industrie hoort. Verder wil de CEO overheden aanmoedigen om de beleidskaders voor verandering te scheppen, onder andere voor CCS (Carbon Capture and Storage) en emissiehandel. Shell ziet fossiele brandstoffen nog tientallen jaren een groot aandeel in de energievoorziening hebben. Het erkent het klimaatprobleem, maar gelooft in de mogelijkheden van CCS. Shell is ook actief in "renewables" als zonne-energie. Maar het investeert vooral zwaar in oliewinning uit de teerzanden in Canada. Wat toch te denken geeft over de omvang van de conventionele oliereserves. Al met al wordt dus niet duidelijk in hoeverre Shell actief inzet op een andere energiemix. Dat blijft voorlopig nog een nevenactiviteit. Verder wordt Shell nog steeds bekritiseerd, onder andere voor olielekkages in Nigeria. Shell zegt het netjes op te ruimen, voor zover de veiligheidssituatie dat mogelijk maakt. Misschien is het vanwege dit soort kritiek dat veel aandacht wordt besteedt aan communicatie over energie en milieu, bijvoorbeeld met een website voor scholieren. Maar Milieudefensie diende een klacht in voor misleidende reclame met bloemen uit schoorstenen. Toch investeert Shell miljarden om het affakkelen van gas, een grote bron van CO2, te verminderen. Het duurzaamheidsverslag geeft bovendien aan dat alle emissies van Shell in de afgelopen tien jaar fors zijn gedaald.

  

Het kan scherper
Opvallend bij alle drie deze ‘grote jongens’ is de allesoverheersende aandacht voor CO2-emissies en energie. Begrijpelijk gezien de algemene aandacht voor het klimaat. Maar bijvoorbeeld hergebruik van afval en uitstoot van schadelijke stoffen raken daarmee toch wel wat op de achtergrond.
Een ander opvallend punt is dat veel aandacht wordt besteed aan ‘governance’. Van certificering tot ‘social responsability council’ en zelfs milieugerelateerde beloning. Toch worden er nog weinig concrete doelen op milieugebied gesteld, ze worden althans niet gerapporteerd. Maatregelen worden deels wel genoemd, maar op een aantal gebieden blijft het ook daarnaar raden. Je zou dus verwachten dat er in de jaarlijkse aandeelhoudersvergaderingen flink zou zijn gediscussieerd over het milieubeleid van deze bedrijven. Maar helaas, alleen de VBDO en een enkele activist stelden er vragen over. Als het er al heftig aan toe gaat dan is het over de beloningen van de bestuurders, waarmee Fortis zelfs het Journaal haalde. En toch, uit deze verslagen blijkt wel dat bedrijven duurzaamheid belangrijk vinden en dat het een onderdeel van de strategie is geworden. Is duurzaam ondernemen nu dus echt verankerd? Daar kom ik na het VVM-debat op terug.