Bedrijf & milieu, een verstandshuwelijk? Is de zorg voor het milieu binnen bedrijven inmiddels verankerd? En zo nee, want moet er dan nog gebeuren? Want, met de woorden van voormalig hoogleraar duurzaam ondernemen Jacqueline Cramer: “Duurzaam ondernemen is geen trucje dat je er op zaterdagmorgen nog even bij doet. Het moet de essentie van je bedrijfsstrategie zijn, die doordringt tot in alle haarvaten van je onderneming”. De verankering van duurzaam ondernemen stond eind september centraal tijdens een bijeenkomst van de VVM-sectie Innovatie en Managementsystemen (SIMS) een bijeenkomst over duurzaam ondernemen. Willem Lageweg (MVO Nederland) beet het spits af met een balans van tien jaar maatschappelijk verantwoord ondernemen in Nederland: “We zijn nog maar net begonnen! Het gaat vaak over de koplopers; maar de massa ligt daar nog ver op achter. Er is nog veel te doen; bijvoorbeeld voor het nemen van ketenverantwoordelijkheid. Bij veel bedrijven moet zelfs nog doordringen dat het urgent is. Zo zijn pas een paar sectoren van het bedrijfsleven redelijk voorbereid op de risico's die klimaatverandering kan opleveren. Maar het loont om koploper te zijn en duurzaam ondernemen is goed voor de continuïteit. Voor de achterblijvers kan wachten uiteindelijk duurder zijn dan nu beginnen. Want duurzaamheid is niet alleen belangrijk geworden in de consumentenmarkt; ook op de kapitaalmarkt en de arbeidsmarkt wordt het steeds meer gevraagd. Uit onderzoek van ING blijkt dan ook dat bedrijven die duurzaam ondernemen een hoger rendement en een hogere marktwaarde hebben.” Een goed voorbeeld is BCC, dat na het eerste bezoek van Al Gore aan Nederland alle aspecten van het bedrijf opnieuw onder de loep heeft genomen. Het bedrijf heeft sindsdien veel succes met de ‘groene stekker’. Of Marks and Spencer, dat zijn producten totaal wil verduurzamen onder het motto ‘There is no plan B’. Maar je ziet ook ‘greenwashing’, zoals autofabrikanten die adverteren met het milieu, maar tegelijkertijd in Brussel lobbyen voor minder stringente CO2-normen. Integrale visie MVO is volgens Willem Lageweg een nieuwe integrale visie op ondernemerschap, die gaat over identiteit en ethiek. Die is nu nog vaak afhankelijk van mensen als Peter Bakker (TNT) en Hans Weijers (AKZO). Maar het raakt alle bedrijfsfuncties en hoort in het hart van het bedrijf te zitten. Zoals bij de Rabobank, waar managers zelf MVO-doelen mochten voorstellen als basis voor de beloning. Giuseppe van der Helm (VBDO) haakt hierbij aan met de stelling ‘Duurzaam gedrag wordt niet bevorderd door een bonus voor puur financieel gewin’. De Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling vraagt in aandeelhoudersvergaderingen regelmatig om het beloningsstelsel te koppelen aan criteria voor duurzaamheid. Dat is pas bij drie grote bedrijven het geval. Hij ziet wel de kloof tussen NGO's en ondernemers kleiner worden. Toen de VBDO dertien jaar geleden werd opgericht waren dat nog duidelijk twee kampen. Nu zijn het de jonge academici binnen bedrijven die vinden dat "het werk ergens over moet gaan". Transparantie Openheid is een voorwaarde voor die discussie en voor een dialoog met de stakeholders. De VBDO heeft daarom een transparantiebenchmark opgezet, die inmiddels is overgenomen door EZ. Daarin worden maatschappelijke jaarverslagen getoetst op onder andere de duidelijkheid van de doelstellingen en de concreetheid van de voortgangsrapportage. “Je ziet nu dat er steeds meer en steeds betere duurzaamheidsverslagen worden gepubliceerd. Daarmee wordt ook ingespeeld op de behoefte van investeerders aan inhoudelijk relevante informatie.” De VBDO heeft ook ketenbeheer op de agenda gezet. Mede door de Benchmark Ketenbeheer (‘Ketenbeheeraward’) komt daar geleidelijk meer aandacht voor. Op de vraag of transparantie bijdraagt aan verankering zegt Van der Helm dan ook volmondig "ja". Bedrijven zijn zich er zeer bewust van geworden dat duurzaamheid en transparantie belangrijk zijn voor hun reputatie. Het kost tientallen jaren om een goede naam op te bouwen; dus niemand wil een ‘Brent Spar’. Hij hoort ook dat de vragen van de VBDO besproken worden in de directiekamers. Toch moet er nog veel verbeteren aan de openheid over dilemma's en aan het meetbaar maken van duurzaamheid. Focussen Van der Helm raadt bedrijven aan zich daarbij te concentreren op de belangrijkste thema's. Fortis heeft dat volgens Babs Dijkshoorn (Fortis) gedaan. Op milieugebied richt het zich op klimaatverandering en ketenbeheer. De ambitie is om bij de top 25% van de sector te gaan horen. De Dow Jones Sustainability Index geldt daarbij als benchmark. En er is een CSR Advisory Board, met onafhankelijke denkers als Michael Braungart, in het leven geroepen om die ontwikkeling aan te jagen. Sinds januari 2007 is Fortis zelf klimaatneutraal. Aan interne bewustwording wordt hard gewerkt, ondermeer door het integreren van duurzaamheid in de reguliere opleidings- en trainingprogramma’s. Fortis probeert ook haar indirecte impact op het klimaat te verminderen. Allereerst grijpt het de marktkansen van duurzaamheid aan. De bank is marktleider op het gebied van carbon banking, investeert 2 miljard euro in duurzame energie en duurzaam beleggen is met 2,9 miljard. een belangrijk product geworden. Invloed uitoefenen Ketenbeheer in de relatie met klanten is echter ingewikkelder. “Je bent als financiële instelling ook niet aansprakelijk voor de CO2- uitstoot van je relaties. Maar je hebt als dienstverlener wel een rol te spelen; in dialoog en eventuele samenwerking met klanten en andere stakeholders.” Fortis probeert zo via de kredietverstrekking invloed uit te oefenen. Het ontwikkelt daarvoor eigen criteria per sector. Een goed voorbeeld is de Fortis Sustainable Shipping Assesment Tool. Kredietvoorstellen voor nieuwe schepen en scheepvaartklanten bevatten naast een financiële beoordeling ook een duurzaamheidscore. Tevens wordt de bestaande portefeuille bestudeerd. Dat is de basis om met (potentiële) klanten in gesprek te gaan over de milieuaspecten van de scheepvaart. Die klanten worden ook aangemoedigd om de schepen te laten certificeren volgens de zogenaamde Green Award, waarbij Fortis een deel van de kosten op zich neemt. Aanmoedigen dus, maar vooral niet met een opgeheven vingertje komen. Het geheim van adviesbureau BECO van Franc van den Berg is "altijd zoeken naar de business case". Dan komen ze zelf met "ik doe het ook voor mijn kinderen". En die business case is er altijd. In het slimmer en efficiënter produceren, in het cradle to cradle ontwerpen van producten of in het verminderen van risico's. Dat laatste wordt ook belangrijker bij fusies en overnames, waar tegenwoordig ook de duurzaamheid in brede zin wordt onderzocht. Milieuzorgsysteem Eén van BECO’s diensten is bedrijven te ondersteunen bij het opzetten van een milieuzorgsysteem. Van den Berg is echter genuanceerd over de functie daarvan. Die kan per sector verschillen. Maar pretenderen maatschappelijk verantwoord te ondernemen zonder je milieuaspecten te managen is ongeloofwaardig! Dat wil niet zeggen dat dat per se ook tot certificering moet leiden. Of daar voor wordt gekozen is meestal afhankelijk van het belang dat stakeholders hier aan hechten; bijvoorbeeld de overheid in het kader van duurzaam inkopen. Maar de grote ‘winst’ zit in het opzetten van het milieuzorgsysteem. Dat begint met een nulmeting waarbij alle milieuaspecten en milieurisico's van het bedrijf in kaart worden gebracht. Evenals de wettelijke - en eigen normen die daarvoor gelden. Op basis daarvan kan de wijze van beheersing worden vastgesteld. Daarna dient het milieuzorgsysteem vooral voor het handhaven daarvan. Verbeteringen worden dus vooral in het begin gerealiseerd. Rol commissarissen Dick de Waard (Ernst & Young Accountants) promoveerde op het onderwerp ‘Toezicht op maatschappelijk verantwoord ondernemen’ (ISBN 978 89 232 4424 0). Hij interviewde 37 commissarissen (met in totaal 115 commissariaten). Slechts drie onderkennen echt een maatschappelijke verantwoordelijkheid; de anderen zien duurzaamheid vooral als van belang voor de reputatie van het bedrijf. Een tekenende uitspraak: "Alles wat je doet in een bedrijf heeft een financiële consequentie. Als je dat uit het oog verliest, dan krijgen we een geweldige milieuprestatie én een curator". Een verklaring voor de traditionele rolopvatting is het ontbreken van een normenkader. Misschien speelt ook de gemiddelde leeftijd van 68 jaar een rol. Zorgelijker is dat de commissaris gemiddeld maar drie jaar vooruit kijkt. En ook opmerkingen als "je moet je conformeren, anders had je er niet moeten gaan zitten" en "je moet aannemen dat het allemaal goed gaat, tenzij het tegendeel blijkt". Op voorbeelden als "stel dat je bedrijf afval exporteert" reageerden ze destijds dan ook met "dat gebeurt niet". En een half jaar later verliet de Probo Koala de haven van Amsterdam…… De commissaris vindt dat hij eerst alle informatie moet hebben voordat hij wat doet: "Anders ben je net als mijn vrouw; die zegt iedere dag het gaat regenen en ze heeft ook soms gelijk." Hij heeft zelf niet de tijd en kennis, maar laat ook geen onderzoek doen. Een ‘one tier’ systeem, waarbij de toezichthouders deel uitmaken van de raad van bestuur, zou volgens De Waard bevorderen dat ze er dichter op zitten. En hij pleit er voor om het toezicht op duurzaam ondernemen te regelen in de Code Tabaksblat. Sectoraanpak Tenslotte was het aan Johan Wempe (Saxion Kenniscentrum Leefomgeving) om de bijeenkomst af te ronden met een overweging vanuit zijn vakgebied; de bedrijfsethiek. Hij ging daarvoor een niveau hoger: “De milieuproblemen die we vandaag hebben vragen om systeemdoorbraken. Dat kan niet binnen een bedrijf gerealiseerd worden. En zeker niet als duurzaamheid vanuit een defensieve benadering wordt opgepakt. De benodigde veranderingen en innovaties vragen om samenwerking en leiderschap. Het nieuwe duurzaamheidsbegrip vraagt dus ook om een nieuwe visie op ethiek.” Wempe illustreerde dat aan de hand van het voorbeeld van de dierenkliniek die zijn vrouw heeft laten bouwen. In het ontwerp van de receptie was een nis voorzien voor een diepe apothekerskast. Maar de timmerman wist dat niet en timmerde de nis dicht. In plaats van eerst te vragen waarvoor die diende … Zo leidt de steeds verdergaande arbeidsdeling (en het werken met onderaannemers) en efficiency tot het over de schutting gooien van verantwoordelijkheid. Die wordt uitgelegd in termen van schuld, in plaats te kijken naar de bijdrage aan het grotere geheel. “Sinds de jaren '90 zie je een toenemende erkenning dat ook een onderneming als collectief een verantwoordelijkheid heeft. Maar nu lopen we tegen grenzen aan: hoe moeten we ethiek in een sector borgen? Denk aan de bouwfraude! Kan ketenbeheer de verantwoordelijkheid van één bedrijf zijn?” Een goed voorbeeld is de koffiesector, die een gezamenlijke code heeft opgesteld, inclusief controle op de naleving. Wempe sluit dan ook af met de conclusie: "Duurzaam ondernemen mislukt als we er niet in slagen om op sector- en ketenniveau normen en waarden te ontwikkelen." Reflectie Alles bij elkaar heel wat stof voor discussie. Bijvoorbeeld over het verschil tussen verankering in de ‘haarvaten’ en in de ‘genen’. Oftewel het verschil tussen duurzaam ondernemen omdat het moet of omdat het leuk is. Soms helpt dus dreiging van buiten; maar voor verdere verankering in het MKB draagt MVO Nederland liever inspirerende voorbeelden aan. Grote stappen worden vaak gemaakt bij het opzetten van een milieuzorgsysteem. Bedrijven willen ook graag erkenning voor hun inspanningen om bijvoorbeeld klimaatneutraal te worden. En men wil ook best aan beloning op basis van duurzaamheid, maar worstelt met de meetbaarheid. Hoewel er toch al volop gerapporteerd wordt over de carbon footprint. Maar zolang de aandeelhouders nog vooral op geld zijn gericht, blijft de business case voor duurzaamheid het belangrijkste. Dat geldt ook voor ketenbeheer, al wordt daar steeds meer de verantwoordelijkheid geaccepteerd. Omdat ketenbeheer dus belangrijker wordt, organiseert SIMS daar in januari een vervolgbijeenkomst over. Uit de zaal werd ook nog gemeld dat uit de duurzaamheidsbarometer van Price Waterhouse Coopers blijkt dat slechts de helft van de bedrijven met een duurzaamheidsbeleid dat ook werkelijk heeft verankerd. Maar goed nieuws is dat men niet verwacht dat er komende tijd op bezuinigd gaat worden. |